Soesterduinen een prachtige omgeving
Aan de rand van de Utrechtse heuvelrug
De Utrechtse Heuvelrug is een soort stuwwal. Het is ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Voor de ijstijd konden de rivieren de Rijn en de Maas vrij naar het noorden stromen maar in de ijstijd schoof de poolkap een grote gletsjer naar het zuiden. Het ijs schoof de grond omhoog.Toen het warmer werd, smolt de gletsjer.
Het smeltwater zocht zijn weg beneden de stuwwal. Hierdoor ontstonden smeltwaterdalen maar daarmee was de koude geschiedenis nog niet afgelopen. In de laatste ijstijd kwam het ijs niet meer tot aan de heuvelrug. Er kwamen harde winden. In dit klimaat zijn metersdikke lagen zand op de heuvelrug neergekomen. Er zijn toen sporen achtergebleven van de krachten van de ijstijd. Na de ijstijd ontstond er een zeeklimaat. hierdoor ontstonden er bossen maar later werden de bossen gekapt. De bevolking liet er vee op grazen waardoor er heidevelden ontstonden. Door overbegrazing raakte de grond kaal en ging het zand stuiven. In de loop van de eeuw nam het belang van de heidevelden af door de kunstmest. Zo ontstonden er huidige bossen. Die zijn zo’n honderd jaar geleden aangelegd. Oorspronkelijke bossen hebben we niet helaas niet meer. Bij Soest is de Heuvelrug maximaal 57 meter boven N.A.P.

Soesterduinen
De Soesterduinen, de Lange en Korte Duinen in Soest zijn in de laatste ijstijd door de wind afgezet. Door de ijzige kou was de grond niet vruchtbaar, waardoor de wind vrij spel had. Rondstuivend zand kwam vaak tot stilstand op de hellingen van de Utrechtse Heuvelrug en werd als een deken over het landschap neergelegd 'dekzand’.
De Soesterduinen bestaat uit de lange duinen en de korte duinen. Er groeien mossen, heide en vliegdennen. De Soesterduinen is 95 hectare groot.
Bijzonder is dat de Soesterduinen, bestempeld zijn als Aardkundig monument. Bij een dergelijk monument gaat het om een gebied waarin de ontwikkeling van de aarde over honderden, duizenden of zelfs tienduizenden jaren met eigen ogen te zien is. Daarbij gaat het om variaties in de samenstelling van de bodem en/of opvallende hoogteverschillen die de aarde een reliëf geven.
De Korte en Lange Duinen hebben de grootste ‘levende’ stuifzanden van de Utrechtse Heuvelrug. Juist door dit stuivende zand kunnen er slechts een paar plantensoorten groeien, zoals zandzegge en buntgras. Vele soorten zouden op deze plek doodgaan door de enorme temperatuurverschillen op een dag: in één etmaal kan het kwik 50 graden Celsius verschillen!
De bossen en duinen omvatten 588 ha. En zijn grotendeels vrij toegankelijk.
Het mooiste van de duinen is de lucht.
Het lijkt wel of de lucht hier heel anders en veel mooier is dan boven de rest van Nederland.
|